PUBLICATIES BETREFFENDE BERGEN OP ZOOM
kennen 16). De stadskeur van Bergen, de jaarletter I en een zespuntige ster in een
cirkel als meesterteken komen voor op een zilveren avondmaalsbeker in de Ned.
Hervormde kerk te Scharendijke op Schouwen; de juiste datering is nog niet be
kend 17).
Dezelfde merken, stadskeur, jaarletter D 1595) en een ster, komen voor op de
bekende beker van het Sint-Jacobsgilde te Sint-Maartensdijk op Tholen 18). Dit
gilde bestond al in 1574 als feestgezelschap en terwijl de gilden van de Kloveniers
en van de Kruisboog in 1579 werden ontbonden en hun zilver te Antwerpen werd
verkocht, bleef het Sint-Jacobsgilde met enige andere gilden voortbestaan ondanks
de Hervorming. Nadat in 1594 was besloten een beker te laten maken, vertrokken in
1595 vier leden, o.a. Mr. Jan Liens, rentmeester voor de Prins van Oranje, Mr. Pieter
Cuper, in 1586 burgemeester van Sint-Maartensdijk, en Marinus Werckendet, dros
saard aldaar, naar Santiago de Compostela; hun overgang tot de Hervorming was in
dit ietwat afgelegen gebied blijkbaar geen beletsel om oude katholieke tradities te
handhaven. De heren Liens en Werckendet hadden bovendien nog Rome en enige
andere bedevaartplaatsen bezocht. Op de beker staan de namen van de drie ge
noemde heren gegraveerd met het jaartal 1595 en het bijschrift „Hi tres fuerunt
Compostellae". De beker bevat nog 17 andere namen bij de jaartallen 1604 en 1611,
terwijl aan de binnenzijde nog zes namen staan met het jaartal 1694. Het Sint-Jacobs
gilde is eerst in 1754 door het overlijden van het laatste lid uitgestorven. De bezit
tingen en de beker werden eigendom van de gemeente; in 1922 werd de beker aan
geboden aan het museum van het Zeeuws Genootschap 19).
Tot het Bergens zilver van de 18de eeuw behoren o.a. een beker, een dobbelbeker
en twee theelepels, die zich in de collectie van de heer Chr. Rogier te Bergen op
Zoom bevinden 20).
Bergen op Zoom had vroeger diverse gilden. In 1456 werden nieuwe voorschriften
gegeven aan de Oude Voetboog van St. Joris, de Oude Handboog van St. Sebasti-
aan, de schutters van de Jonge Handboog, het Gilde van de Jonge Voetboog of van
„den pauvere"; dit laatste gilde werd reeds in 1413 genoemd en heette in 1533 „ge
selscape van den scutteren van sint Jorys van den groenen berge buyten der Steen-
berchscher poorte". Verder was er nog „het gheselscape van den gulden van den
croone van den zweerde ter eere ende weirdicheyt des heiligen ingel Gods sinte
Michiele" 21), een Lieve-Vrouwegilde 22), een Sacramentsgilde (1507-1572) 23) eri
16) Catalogus Brabants Zilver 1965, nr 20. B. H. Stolte en R. van Hasselt, Roosen
daal en Nispen, Roosendaal 1965, p. 35. Öeze tazza was aanwezig op de
tentoonstelling van Westbrabants Zilver in het raadhuis te Roosendaal 16-26
mei 1968. Catalogus Nat. Tentoonstelling Oude Kerkelijke Kunst te 's-Hertogen-
bosch 1913, nr 275 (met monogram AH hier ten onrechte aan Breda toege
schreven). J. W. Frederiks, Dutch silver, dl. Ill, p. 27 en afb. 79.
17) W. H. Th. Knippenberg in Brabantia 15, 1966, p. 132.
18) Catalogus Brabants Zilver 1965, nr 4 met afb.
19) C. Hollestelle, Iets over oude gebruiken en de gilden te Thoten en omgeving
(met Naschrift), Sinte Geertruydtsbronne 7, 1930, p. 131-138 met foto. Cf. Sinte
Geertruydtsbronne 11, 1934, p. 176. Hollestelle kent de beker toe aan een
Bredase edelsmid. J. W. Frederiks, Dutch silver, dl. I, Den Haag 1952, p. 26-27
en afb. 78.
20) Catalogus Brabants Zilver 1965, nr 340-343; cf. nr 70 en 71.
21) Slootmans, 1945, p. 30-32 en 484. 22) Slootmans, 1945, p. 82.
23) Sinte Geertruydtsbronne 7, 1930, p. 81; cf. 4, p. 87.
86
een Sint-Antoniusgilde, in 1470 genoemd en in 1582 bij de invoering van een her
vormd stadsbestuur verdwenen 24). Het „Sint Jacopsghulde", in 1502 genoemd,
was gevestigd in de Sint-Jacobskapel, die vóór 1593 werd afgebroken. In de nabij
gelegen godshuisjes werd aan pelgrims onderkomen verschaft; nog in de 17de
eeuw waren er pelgrims naar Compostela 25). Zeker hebben enige van de genoemde
gilden gildezilver gehad, maar voorzover bekend is er niets meer over. Wel kocht
de stad in 1933 op de veiling-Claes te Antwerpen een van de vaandels van het voor
malig Sint-Ambrosiusgilde; het ander Bergens vaandel werd bezit van het Neder
lands Openluchtmuseum te Arnhem 26).
Van de edelsmid J. J. Verduyn te Bergen bevinden zich enige gildeschilden in het
Centraal Noordbrabants Museum te 's-Hertogenbosch; een schild van het voormalig
Sint-Sebastiaangilde te Huybergen uit 1853 met de jaarletter V 1855) werd door
Verduyn gemaakt 27). In hetzelfde museum bevindt zich een koningsschild van het
nog bestaande „Gilt van S. Bastiaan" te Woensdrecht uit 1821 met de jaarletter M
1821) 28); ook dit schild draagt het meesterteken van Verduyn.
W. H. Th. Knippenberg.
24) Slootmans in Taxandria 50, 1943, p. 275-279.
25) G. C. A. Juten, Beschrijving van Bergen op Zoom en omstreken. 1924, p. 54.
C. J. F. Slootmans in Taxandria 49, 1942, p. 300 („voetboege ende hantboghe
schutters" reeds genoemd in rekeningen van 1413-1414). W. H. Th. Knippen
berg, Oude pelgrimages vanuit Noord-Brabant, Oisterwijk 1968, p. 97.
26) J. A. Jolles, De schuttersgilden en schutterijen van Noord-Brabant, 's-Herto
genbosch 1933-1934, dl. II, p. 12.
27) W.H.Th. Knippenberg, Brabants Gildezilver IV, in De Gildetrom jg. 15, 1968, p. 22.
28) Cf. Jolles II, p. 221-224.
„Een blikopener op het Markiezenhof". J. Sanders
Een suggestief boekwerkje met interessante tweelingfotografie ter instructie van de
restauratie voortgang. Het werd uitgegeven door de stichting „Vrienden van het
Markiezenhof". De vlotte tekst verraadt de warmbloedige, geëngageerde historicus.
„Het Huis genaamd „Onse Vrouwe". 1968. W. Kramer
Bij de opening van hun zaak in het gerestaureerde pand op de Markt, hoek Kremer-
straat, deden de juweliers Herbers en Jenniskens een bijzonder fraai boekwerk ver
schijnen. Het werd geschreven door de heer W. Kramer, architect bij de Rijksdienst
voor Monumentenzorg.
87